Jan Mankes (1889-1920)

Jan Mankes (1889-1920) is de kunstgeschiedenis ingegaan als “Hollands meest verstilde schilder”. Hij stierf heel jong aan tuberculose, iets dat bij heeft gedragen aan de mythevorming rondom zijn kunstenaarschap.

Jan Mankes werd op 15 augustus 1889 geboren te Meppel. Tot 1904 woonde hij hier tot het gezin naar Delft verhuisde. In die periode werkte hij als leerling bij de glasschilder J.L. Schouten en volgde hij een avondopleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij begon met het schilderen van vogels en nesten in de duinen van Den Haag en omgeving. Van 1909 tot 1915 woonde Mankes met zijn ouders in Het Meer, een buurtschap gelegen tussen Heerenveen en de dorpjes Benedenknijpe en Bovenknijpe. Hier in Friesland ontwikkelde hij zijn liefde voor de natuur verder en maakte hij veel van zijn beste werken. Hij deed vogelstudies, schilderde de beroemde Uil*.  Maar hij schilderde ook andere dieren, maakte stillevens en landschappen.  Een van zijn topstukken is het schilderij van de bomenrij* aan de Woudsterweg. Langs deze weg, gelegen tegenover het huis van zijn ouders, liep hij dagelijks naar Oranjewoud.

* De uil uit het beroemde schilderij ‘Grote uil op scherm’ uit 1913 woonde bij de familie Mankes in huis. De vogel was opgestuurd door de mecenas van de kunstenaar. Mankes schreef later: “Het is net een verschijning uit een sprookje, iets koninklijk teers, iets waar je nooit aan zou willen raken, ja hij is voor mij door die zilveren borst totaal volmaakt geworden”. Sprookjesachtig en teer zijn inderdaad rake typeringen voor Mankes magnifieke oeuvre

In 1913 leerde hij Anne Zernike kennen, een theologe en de eerste vrouwelijke predikant van Nederland in Bovenknijpe. Hij trouwde in 1915 met haar, waarna ze een tijdje in Den Haag woonden. In september 1916 verhuisden ze naar Eerbeek in Gelderland omdat ze dachten dat die bosrijke omgeving goed zou zijn voor Mankes, die inmiddels aan tuberculose leed. In deze periode woonde hij ook vijf maanden in pension Carpe Diem in Nunspeet. In 1918 werd hun zoon Beint geboren, vernoemd naar Jans vader. Mankes was erg ziek en lag veel in bed; wanneer het iets beter ging werkte hij onafgebroken. In 1920 overleed hij aan zijn ziekte, toen hij 30 jaar oud was. Hij werd begraven in Eerbeek.

 

*Rond 1915 schilderde Mankes een aantal werken, waaronder Bomenrij, waar twee kleine figuurtjes samen door een landschap lopen alsof ze zo opgenomen kunnen worden door de kosmos. Deze nietige wandelaars zouden een verwijzing zijn naar de schilder zelf en zijn geliefde Annie. In dit werk is misschien ook de invloed van Annie te zien. Samen verdiepten Mankes en Zernike zich in literatuur, poëzie, schilderkunst en theologie, humanisme en soms mystiek getinte idealen.

 

 

 

 



 

1